Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AX4874

Datum uitspraak2006-05-08
Datum gepubliceerd2006-05-24
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Alkmaar
ZaaknummersAWB 05/1140
Statusgepubliceerd


Indicatie

Niet-ontvankelijk, foutief huisnummer, geen verschoonbare termijnoverschrijding Te laat bezwaargemaakt. Eiseres heeft zelf een onjuist woonadres aan de IB-Groep doorgegeven. Ook na de terugmelding van dit onjuiste adres op de berichten van verweerster en de brief waarin verweerster heeft meegedeeld dat het gba-adres afwijkt van het opgegeven woonadres heeft eiseres nagelaten verweerster op de hoogte te stellen van het onjuiste adres. Termijnoverschrijding van het bezwaar dient geheel voor rekening en risico van eiseres te komen.


Uitspraak

Rechtbank Utrecht Sector Bestuursrecht Enkelvoudige kamer UITSPRAAK op grond van artikel 8:66 van de Algemene wet bestuursrecht Reg.nr: WSFBSF 05/1140 Inzake: [eiseres], wonende te [plaatsnaam], eiseres, vertegenwoordigd door mr. [vertegenwoordiger] te [plaatsnaam], tegen: De hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep, verweerster. 1. Aanduiding bestreden besluit Het besluit van verweerster van 20 april 2005. 2. Zitting Datum: 30 maart 2006. Eiseres is niet verschenen. Verweerster is verschenen bij gemachtigde mr. [gemachtigde], werkzaam bij verweerster. 3. Ontstaan en loop van het geding Bij besluit van 11 december 2004 (Bericht 2004, nr.3) heeft verweerster eiseres medegedeeld dat uit controle gebleken is dat het woonadres dat is doorgegeven aan de IB-groep afwijkt van het gba-adres, dat zij dit niet op verzoek heeft gecorrigeerd en dat daarom haar prestatiebeurs met ingang van 1 september 2004 is omgezet van een uitwonendenbeurs naar een thuiswonendenbeurs. Als gevolg hiervan heeft eiseres € 462,27 teveel toelage ontvangen. Tegen de besluiten van 11 december 2004 heeft eiseres bij brief van 10 februari 2005, ontvangen door verweerster op 15 februari 2005, bezwaar gemaakt. Bij besluit van 20 april 2005 heeft verweerster het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 21 mei 2005, door de rechtbank ontvangen op 24 mei 2005, beroep ingesteld. Op 17 juni 2005 heeft de gemachtigde van eiseres de gronden van het beroep ingediend. Bij brief van 31 augustus 2005 heeft verweerster de op de zaak betrekking hebbende stukken alsmede een verweerschrift ingezonden. Vervolgens is de zaak op 30 maart 2006 ter zitting behandeld. 4. Motivering 4.1. In dit geding dient de rechtbank zich de vraag te beantwoorden of verweerster het bezwaar terecht en op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard. 4.2. Voor de beoordeling zijn de volgende bepalingen van belang. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Ingevolge artikel 6:8 van de Awb vangt deze termijn aan op de dag na de dag waarop het besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft, als een bezwaarschrift is ingediend na afloop van de termijn, niet-ontvankelijkverklaring daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaarschrift in verzuim is geweest. 4.3. Het bestreden besluit is gebaseerd op het standpunt van verweerster dat het bezwaarschrift van eiseres tegen de besluiten van 11 december 2004 niet binnen zes weken na de bekendmaking van deze besluiten is ingediend. Voorts heeft verweerster aangegeven dat zij van mening is dat er geen sprake is van een situatie waarin redelijkerwijs dient te worden geoordeeld dat eiseres niet in verzuim is geweest. 4.4. Namens eiseres is gesteld dat de besluiten van 11 december 2004 naar het verkeerde adres zijn gestuurd door verweerster en dat –althans zo begrijpt de rechtbank het betoog van eiseres- daardoor de termijn is overschreden, waarvan haar geen verwijt kan worden gemaakt. Eiseres voert in dit verband aan dat zij op 8 augustus 2004 het juiste woonadres aan de IB-Groep heeft opgegeven, maar dat de IB-Groep deze opgave verkeerd heeft verwerkt. Het is eiseres niet opgevallen dat verweerster op de berichten aan haar het verkeerde huisnummer heeft vermeld. Eiseres is van mening dat haar van de foutieve vermelding van het huisnummer geen verwijt kan worden gemaakt. 4.5. Niet in geding is dat eiseres het bezwaarschrift heeft ingediend na afloop van de bezwaartermijn. Ten aanzien van de eventuele verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding overweegt de rechtbank dat blijkens de gedingstukken eiseres op het formulier Wijzigingen student van 8 augustus 2004 heeft aangegeven dat zij woonachtig is op [straatnaam] [huisnummer] te [plaa[plaatsnaam], terwijl zij feitelijk woonachtig is op nummer [huisnummer] van die straat en ook op dat adres stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (hierna: gba). Verweerster heeft de doorgegeven wijziging bij besluit van 20 augustus 2004 aan eiseres bevestigd op het oude woonadres. Verweerster heeft vervolgens eiseres bij brief van 12 oktober 2004, gestuurd zowel aan de [straatnaam] [huisnummer] als aan de [straatnaam] [huisnummer], meegedeeld dat haar gba-adres afwijkt van het aan verweerster opgegeven woonadres. Eiseres heeft verweerster echter daarop niet op de hoogte gesteld van het gebruik door verweerster van het verkeerde huisnummer. Nu eiseres zelf een onjuist woonadres aan de IB-Groep heeft doorgegeven en zij ook na de brief van 12 oktober 2004 deze fout niet heeft hersteld, dient de termijnoverschrijding van het bezwaar tegen de besluiten van 11 december 2004 geheel voor rekening en risico van eiseres te komen. Op die grond is de rechtbank van oordeel dat verweerster redelijkerwijs tot het oordeel kon komen dat eiseres in verzuim is geweest terzake de termijnoverschrijding. Aan dit oordeel doet niet af dat verweerster in een andere administratie (ten behoeve van de Tegemoetkoming Scholieren) wel het juiste adres van eiseres heeft opgenomen. Het beroep is ongegrond. De rechtbank ziet bij deze uitkomst geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. 5. Beslissing De rechtbank, - verklaart het beroep ongegrond. Aldus gewezen door mr. G.W.J. Harten, rechter, in tegenwoordigheid van H. Zonneveld, als griffier. Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2006 door voornoemde rechter, in tegenwoordigheid van de griffier. De griffier, De rechter, Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open. Indien u daarvan gebruik wenst te maken, dient u binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een beroepschrift en een kopie van de uitspraak te zenden aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.